
|
 |
|
Last Updated: Jan 1st, 2006 - 22:59:42 |
Inleiding
Deze folder geeft U een globaal overzicht van de operatieve behandeling
bij arterieel vaatlijden aan de benen. Het is goed om U te realiseren
dat de situatie voor U persoonlijk anders kan zijn dan hier beschreven.
Arterieel vaatlijden
Een slagadervernauwing veroorzaakt pas verschijnselen van etalageziekte
(claudicatio intermittens) als deze 50 % of meer van de doorsnede van
het bloedvat beslaat. Dan neemt de bloedstroom achter de vernauwing
duidelijk af. Voor het vaststellen van klachten en het schatten van de
ernst hiervan wordt gebruik gemaakt van doppler en/of duplexonderzoek.
Kijk voor meer informatie in de folder Het vaatonderzoek . Behalve de ernst van de vernauwing is ook de lengte van het vernauwde deel van belang.
Vaak komt het voor dat er verscheidene vernauwingen na elkaar in een
bloedvattraject zijn. Een bekend voorbeeld is de combinatie van een
vernauwing in een bekkenslagader met daaronder een vernauwing in de
bovenbeenslagader van hetzelfde been.
Behandelingsplan
Indien de klachten van een vaatvernauwing of van een vaatafsluiting en
de bevindingen van het vaatonderzoek zodanig zijn dat niet kan worden
volstaan met leefregels, dan zal de specialist de mogelijkheden van een
meer ingrijpende behandeling met U bespreken. In principe wordt
nagegaan of het ‘dotteren’ (oprekken) van een vernauwing mogelijk is
(kijk voor meer informatie in de folder ”Dotterbehandeling”) of dat een
operatie de enige keus is. Om hierover een beslissing te kunnen nemen
is vaak röntgenonderzoek van de bloedvaten nodig (kijk voor meer
informatie in de folder Angiografie.
Voor de behandeling is het van groot belang dat alle afwijkingen
duidelijk in kaart worden gebracht. De hoogst gelegen vernauwing dient
als regel het eerst te worden behandeld. Vaak zullen de klachten
hierdoor al voldoende zijn verminderd, zodat alleen met een operatie of
met het ‘dotteren’ van deze hoogste vernauwing (in bovengenoemd
voorbeeld de vernauwing van de bekkenslagader) kan worden volstaan.
Operatieve behandeling
Het kan zijn dat voor uw arterieel vaatlijden van de benen een
buikoperatie aan de buik- en/of bekkenslagaders moet plaatsvinden. Dit
valt echter buiten het bestek van deze voorlichtingsfolder.
Indien de vaatafsluiting zich in de dijbeenslagader bevindt, zal een
vaatoperatie in het bovenbeen nodig zijn. Dit kan het geval zijn als de
klachten zo ernstig zijn dat er sprake is van kritieke ischaemie.
Daaronder wordt verstaan dat u met name ‘s nachts pijn heeft of dat
wonden niet willen genezen. Voor patiënten met invaliderende
claudicatioklachten, die niet reageren op looptraining en bij wie een
dotterbehandeling niet mogelijk is, kan een bypassoperatie soms ook
zinvol zijn.
Bypass-operatie
Bij een bypassoperatie wordt een overbrugging (bypass) aangelegd voor
de afgesloten of ernstig vernauwde dijbeenslagader. De bovenste
aansluiting van de bypass zal ter hoogte van de lies op de liesslagader
worden gemaakt. Voor de onderste aansluiting wordt aan de hand van
tevoren gedaan Duplexonderzoek of angiografie een plaats gezocht in het
bloedvat onder de afsluiting. Dit kan boven de knie (supragenuale
bypass) of onder de knie (infragenuale bypass) zijn.
De operatie kan plaatsvinden onder algehele verdoving (narcose) of
onder zogenaamde regionale verdoving (via een ‘ruggeprik’ wordt alleen
het onderste gedeelte van het lichaam gevoelloos gemaakt).
Of de bypass op de lange termijn doorgankelijk blijft hangt af van de
lengte (hoe korter, hoe beter), de diameter en de kwaliteit van de
bypass.
Er zijn verschillende soorten bypasses:
- een bypass, waarvoor een eigen ader van de patiënt wordt gebruikt of
- een bypass van biologisch materiaal (navelstrengvene) of
van kunststof.
Bij de bypass boven de knie maakt het geen groot verschil voor de
doorgankelijkheid op lange termijn of men eigen ader materiaal,
biologische of kunststof materialen gebruikt. Bij de infragenuale
bypass wordt bij voorkeur een lichaamseigen ader gebruikt, mits deze
van goede kwaliteit is.
De ader die gebruikt wordt voor de overbrugging ligt ook in het
bovenbeen en dient voor het terugvoeren van bloed uit het been naar het
hart. Deze ader kunt u missen, aangezien dieper in het been de
hoofdaders liggen, die verreweg het belangrijkst zijn voor het
terugvoeren van bloed. Deze ader wordt bijvoorbeeld ook bij een
operatie wegens spataders verwijderd. Heeft u in het verleden een
spataderoperatie ondergaan, of is deze ader te dun of verstopt door een
vroegere aderontsteking, dan kan het zijn dat u geen bruikbare ader
meer heeft voor een overbruggingsoperatie. Dit kan een reden zijn om
een kunststof bypass te gebruiken.
Na de operatie
Na de operatie worden een aantal zaken frequent gecontroleerd, zowel op de uitslaapkamer als op de verpleegafdeling
- het kloppen van de slagaders op de voet,
- lekkage van de wond ,
- de temperatuur van de benen en armen en
- de bloeddruk .
Na de operatie moet u zo snel mogelijk weer gaan lopen.
Vroegtijdige opsporen van nieuwe vernauwingen kan afsluitingen van de
bypass voorkomen door snel ingrijpen. Controle door het
vaatlaboratorium speelt daarbij een rol.
Complicaties
Vanwege de kans op complicaties wordt in de meeste gevallen pas tot een
operatieve behandeling besloten als de klachten dermate ernstig zijn
dat dit een operatie rechtvaardigt.
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn ook
bij deze operaties de normale risico's op complicaties van een operatie
aanwezig, zoals wondinfectie, bloeding, trombose en longembolie,
longontsteking, blaasontsteking of hartinfarct. Verder kunt u
verwachten dat in het gebied van het operatielitteken na de genezing
het normale gevoel zal zijn verdwenen.
Bij operaties aan een slagader zijn er ook specifieke complicaties mogelijk:
- een nabloeding of
- een afsluiting van de vaatprothese of de gebruikte ader (trombose).
Bij het optreden van een dergelijke complicatie moet vaak opnieuw
geopereerd worden. Uiteraard wordt geprobeerd de risico's zo klein
mogelijk te houden. Daarom wordt U voor de operatie veelal door de
internist, cardioloog of longarts volledig onderzocht en worden vele
voorzorgsmaatregelen genomen.
Weer thuis
Na de operatie zult U medicijnen moeten blijven gebruiken om het bloed
dunner te houden. Het herstel kan langer duren dan u denkt.
Suikerziekte, een te hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte
moeten indien aanwezig, goed onder controle zijn.
Een gezonde levenswijze is heel belangrijk, dus: absoluut niet roken,
veel lichaamsbeweging, geen overgewicht en een goed gereguleerde
bloeddruk, bloedsuiker- en cholesterolgehalte.
Patiëntenvereniging
Er is een 'Vereniging van Vaatpatiënten' die o.a. ook de belangen behartigt van patiënten met arterieel vaatlijden.
Het adres is:
Vereniging van Vaatpatiënten
Postbus 123
3980 CC Bunnik
tel: 030 - 659 4651
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend vaatchirurg of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het
beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden.
Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact
op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
© Copyright by helendemeesters.nl
Top of Page
|
|
 |

|