
|
 |
|
Last Updated: Jan 1st, 2006 - 22:59:42 |
Inleiding
Deze folder geeft u een globaal overzicht van de dotterbehandeling bij
arterieel (slagaderlijk) vaatlijden van de benen. Het is goed u te
realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan
beschreven.
Wat is een dotterbehandeling
Dotteren is genoemd naar de Amerikaanse hartspecialist Charles T.
Dotter, die deze procedure heeft uitgevonden. Andere benamingen zijn
ballonverwijding, ballondilatatie of angioplastiek. Bij een
dotterprocedure wordt een vernauwing van de slagader met behulp van een
ballonnetje opgerekt. Voor deze behandeling kunt u in aanmerking komen
als de vernauwing klachten geeft. Een vernauwing in de slagader is het
gevolg van aderverkalking (atherosclerose). Bekende risicofactoren voor
aderverkalking zijn roken, hypertensie (hoge bloeddruk), diabetes
mellitus (suikerziekte) en een te hoog cholesterolgehalte van het bloed
(voor meer informatie zie de folder Arterieel vaatlijden
Soms is de vernauwing zo verkalkt dat het niet zal lukken om deze plat te drukken. De dotterbehandeling kan dan mislukken.
De dotterbehandeling
Voor de dotterbehandeling is het nodig dat u kortdurend in het ziekenhuis wordt opgenomen, gemiddeld 1 tot 2 dagen.
Op de röntgenafdeling neemt de röntgenlaborant u mee naar de
onderzoekskamer. Vervolgens gaat u op de onderzoekstafel liggen. Beide
liezen worden van te voren geschoren en met jodium schoongemaakt.
Vervolgens wordt u met steriele groene lakens toegedekt om een infectie
te voorkomen. De radioloog en röntgenlaborant hebben om die reden ook
steriele jassen en handschoenen aan.
U krijgt in de lies een prik voor de verdoving. Wanneer de verdoving is
ingewerkt prikt de radioloog de liesslagader aan. Er wordt een dun
slangetje, een katheter over een geleidedraad, in de liesslagader
geschoven. Hier zult u weinig van merken. Als de katheter op de goede
plek ligt wordt de contrastvloeistof ingespoten waardoor de bloedvaten
zichtbaar worden op de röntgenfoto. De contrastvloeistof veroorzaakt
een warm gevoel. Dit trekt vrij snel weer weg, maar het is heel
belangrijk dat u stil blijft liggen voor het maken van de
röntgenfoto’s.
Dan wordt een ballonnetje via de geleidedraad, die al in uw bloedvat
zit, opgevoerd tot aan de vernauwing die gedotterd zal gaan worden. Als
het ballonnetje precies op de goede plaats ligt wordt het ballonnetje
tot een hoge druk opgepompt waardoor de vernauwing in het bloedvat
wordt opgerekt. De ballon blijft dan enige seconden tot minuten
opgepompt. Dit kan wat pijnlijk zijn. Meestal moet dit oprekken van het
bloedvat enige malen achter elkaar gebeuren om een goed resultaat te
krijgen. Sommige vernauwingen blijven na het dotteren spontaan
terugveren. Het kan dan nodig zijn om een ‘stent’ op de plek van de
vernauwing te plaatsen. Een stent is een buisje van gevlochten metaal,
dat er voor zorgt dat na het dotteren het bloedvat opgerekt blijft.
Na de dotterbehandeling wordt de geleidekatheter weer verwijderd en
wordt de prikplaats van de slagader ongeveer 10 minuten dichtgedrukt.
Tot slot krijgt u nog een drukverband in de lies en komt u weer in uw
bed te liggen.
Na de dotterbehandeling
U wordt weer teruggebracht naar de afdeling, waar u ongeveer zes uur in
bed moet blijven liggen. U krijgt instructies van de verpleegkundige
over de gewenste bedrust.
U mag na het onderzoek gelijk weer eten en drinken. Het is belangrijk,
dat u na het onderzoek veel drinkt, zodat u de contrastvloeistof snel
kwijtraakt.
Vanaf de dag van de dotterbehandeling krijgt u medicijnen
voorgeschreven. Meestal is dit acetylsalicylzuur (Aspirine, Ascal).
Deze medicijnen remmen de natuurlijke neiging van het atherosclerose
proces. Daarnaast moet u er voor zorgen dat de atherosclerose zo min
mogelijk toeneemt. Dit doet u door zo gezond mogelijk te leven: niet
roken, zorg voor voldoende lichaamsbeweging en voorkom overgewicht. Als
u suikerziekte, hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte heeft
is behandeling hiervan noodzakelijk.
Na een of twee dagen kunt u weer naar huis. U krijgt bij vertrek een afspraak mee voor de polikliniek.
In een aantal gevallen komt na een dotterprocedure de vernauwing na
kortere of langere tijd weer terug. De ingreep kan dan herhaald worden.
Bij jongere mensen (onder het zestigste jaar) is dit wat vaker nodig
omdat de vernauwing dan vaak veel elastischer is doordat er nog maar
weinig kalk in zit.
Complicaties
Geen enkel ‘invasief’ onderzoek is zonder risico's. Zo kunnen ook tijdens of na een dotterbehandeling complicaties optreden.
Er kan een allergische reactie op het contrastmiddel ontstaan, wanneer
u overgevoelig blijkt te zijn voor jodium. Wanneer u bekend bent met
deze overgevoeligheid, moet u dit van te voren melden. Men kan er dan
rekening mee houden en tijdig voor het onderzoek bepaalde medicijnen
toedienen.
Ondanks het drukverband kan het gebeuren dat het gaatje in het bloedvat
weer opengaat en er een bloeding in de lies optreedt. Hiervoor is
behandeling noodzakelijk, dit kan door langdurig afdrukken onder
echocontrole of door inspuiten van een bloedstollend middel. Heel
zelden is zelfs een operatie nodig, waarbij het gaatje dichtgehecht
wordt.
Er kan een bloedpropje in een bloedvat in het been komen. Het is dan
soms noodzakelijk u snel te opereren om het bloedpropje te verwijderen.
Daarnaast kan na het onderzoek een blauwe plek ontstaan in de lies. Dit
is vervelend, maar het trekt na verloop van tijd vanzelf weg.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het
beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden.
Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact
op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
© Copyright by helendemeesters.nl
Top of Page
|
|
 |

|